Fiets weg

Zaterdagavond. We zitten net te eten als dochterlief belt. Haar fiets ‘staat er niet meer.’ Ze heeft hem vrijdag in de stad laten staan en is de ochtend daarna naar haar werk gebracht. Toen stond de fiets nog op de plek waar ze hem had achtergelaten. Dat weet ze (bijna) zeker.

Zondag onderneemt ze, gedwongen en begeleid door haar vader, een zoektocht naar de fiets. Een vrijwel kansloze missie. De fiets staat er inderdaad echt niet meer. Terwijl ze hem al zo vaak daar neergezet heeft. Is tot nu toe altijd goed gegaan, nooit eerder is haar fiets gejat. Maar ja, resultaten uit het verleden bieden geen garanties voor de toekomst, blijkt maar weer.

We zullen deze week aangifte doen. Ook een redelijk kansloze missie, maar je moet toch wat. En op zoek naar een andere fiets. Allemaal gedoe dat geld en tijd kost. Waar niemand beter van wordt, behalve de fietsenverkoper en de dief.

Als ouders draaien wij de bekende riedel af. Dat het stom is om je fiets achter te laten in de stad, ook al staat ie op slot. Dat het niet uitmaakt dat ie al bijna vijf jaar oud is en het zadel geplakt is met duct tape.

Tot ik denk: waar zijn we mee bezig. Waarom lezen we haar de les, terwijl zij niet degene is die steelt. Het is haar overkomen, zoals zoveel mensen. Volgens mij is het aantal Nederlanders waarvan nog nooit een fiets gestolen is veruit in de minderheid. Sterker nog: ik heb het idee dat fietsendiefstal niet gezien wordt als een maatschappelijk probleem, maar een geaccepteerd maatschappelijk verschijnsel. Fiets gejat? Pech gehad!

Natuurlijk is fietsendiefstal vergeleken bij andere misdaden beslist niet het ergste dat een mens kan gebeuren. Slachtofferhulp zal er zelden aan te pas komen. Maar toch…alsof het de schuld is van het slachtoffer in plaats van de dader. Alsof je door je fiets ergens in de openbare ruimte neer te zetten – op slot – impliciet toch toestemming geeft om deze te jatten.

En dat is toch eigenlijk de omgekeerde wereld.

Lopen als een cake…

Ik ben precies een week tweeënvijftig als ik aan de start sta van de vijf kilometer in Renswoude. Het eerste van drie geplande loopjes deze maand. Volgende week heb ik me ingeschreven voor de Bennekomse Bosloop en eind november staat dan de Horaloop op de planning.Allemaal zaterdagwedstrijden in de nabijgelegen Bible Belt, komt mij goed uit want op zaterdag hardlopen zit in mijn systeem.

Toch moet ik me er altijd wel even toe zetten. Op de dag zelf denk ik vaak: zal ik toch maar gewoon in de ochtend een duurloopje doen en die wedstrijd overslaan? Maar omdat ik de dag ervoor heb afgesproken dat ik samen met Diederik naar Renswoude zal gaan, ga ik natuurlijk gewoon die vijf doen en zeg ik tegen mezelf dat de grootste overwinning al behaald is op het moment dat ik in de auto stap om die wedstrijd te gaan lopen.

We zijn ruim op tijd bij sporthal de Hokhorst. De kleedkamer voor de dames, inclusief het toilet, heb ik helemaal voor mezelf. Wat een luxe, alleen daarom al tien punten voor de faciliteiten.

Na een warming up van ruim twintig minuten – hopelijk finish ik straks ongeveer binnen hetzelfde tijdsbestek – wandelen we naar de start. Er doen ruim vijftig lopers mee, dus we kunnen ongeveer allemaal vooraan starten.

Al meteen vergeet ik mijn goede voornemens, want ik zie dat we een haakse bocht hebben, die naar een smal pad leidt en om niet teveel in het gedrang te komen, trek ik meteen een soort sprint om als een van de eersten de bocht om te gaan. En zo gaat mijn eerste kilometer traditioneel weer te hard en zal ik dat gaan bezuren. Het parcours gaat grotendeels door een woonwijk en een industrieterrein en zit vol bochten, waardoor ik niet lekker in een ritme kom. En alhoewel het perfect loopweer is, waait het behoorlijk en daar krijg ik na bijna drie kilometer behoorlijk last van. Ik stort niet echt in, het is meer gestaag in zakken. Zoals een cake die zo mooi lijkt, maar toch inzakt als je hem uit de oven haalt.

De laatste vijfhonderd meter van het parcours zijn hetzelfde als de eerste, alleen doe ik er nu denk ik een halve minuut langer over. Ik finish als derde vrouw in 22,28’. Daar ben ik achteraf best tevreden mee, want ik hoopte in ieder geval onder de 22.30’ te lopen. Diederik is dan al anderhalve minuut binnen. We doen ons tegoed aan de sinaasappel partjes, heerlijk zoet en fris, dat zouden ze van mij na elke loop mogen geven. Dan gaan we – een primeur – zowaar uitlopen. Als we weer bij de finish zijn, hoor ik de speaker vertellen dat de vrouw die nu binnenkomt vandaag haar 75e verjaardag viert. Wat een bikkel! Ik hoop dat ik over 23 jaar ook nog mee kan doen aan een vijf kilometer.

 

 

Hartverwarmend en hartverscheurend

Vandaag ben ik geland in Nederland, letterlijk en figuurlijk. De zon, die zo zindert in Namibië, is hier een welkome herfstzon. De kinderen die ik hier zie hebben allemaal schoenen aan hun voeten. Is het echt nog maar twee dagen geleden dat ik over een stoffig pad door de sloppenwijk in Okahandja liep? Waar de mensen in golfplaten hutjes wonen, zonder stromend water en elektriciteit. Samen met andere deelnemers van de Orange Babies tour bezoeken we twee huisjes.  In het eerste huisje woont een moeder met zes kinderen tussen de nul en acht jaar oud. Geen idee waar de vader is. Of beter gezegd: waar de vaders zijn. Moeder zit buiten in het ene reepje schaduw dat er is, de jongste aan de borst, een gelaten blik in haar ogen. Twee peuters hangen tegen haar aan. Het huisje doet me qua formaat denken aan een flinke bungalowtent, maar daar houdt de vergelijking dan wel mee op. Versleten, smoezelige doeken scheiden het slaapdeel enigszins af van het woondeel. Moeder slaapt met een paar kinderen in het bed en dan is er ook nog een afgeragd matras voor de andere kinderen. Midden in het woondeel staat een bak met botten waar nog wat vlees aan zit. Naast een kruiwagen. De ‘vloer’ is van hetzelfde materiaal als het ‘terras’: zand. Het is benauwd binnen en ongetwijfeld ruim boven de dertig graden. De beentjes van de kinderen zitten onder het stof en ze dragen geen schoenen. Het tweede huisje idem dito, al ziet dat er van binnen wel meer gestructureerd uit. Hier woont een moeder, met vijf kinderen, waarvan de oudste zelf ook net een kind heeft. Als we teruglopen naar de 5 Rand School, waar we te gast zijn, denk ik voor de zoveelste keer die week hoe bevoorrecht wij zijn dat onze wieg in Nederland heeft gestaan.

Een week daarvoor zijn we met ons vijfentwintigen naar Namibië gevlogen om daar te gaan fietsen voor Orange Babies. En om hun projecten te bezoeken. Ondanks mijn goede voornemens en de aanschaf van een mountainbike, heb ik veel minder getraind dan ik van plan was. Teveel last van mijn rechterschouder. Als de vertrekdatum met rasse schreden dichterbij komt en er geen verbetering komt in mijn schouder, besluit ik om een bike fitting te doen. Het is niet goedkoop, maar, zo blijkt achteraf, de investering meer dan waard. Twee uur lang passen, meten en bijstellen. Belangrijkste conclusies: mijn stuur is te breed en mijn zadel staat te laag. Dat laatste is makkelijk aan te passen. Van mijn stuur wordt aan weerszijden een flink stuk afgezaagd. Zowel stuur en zadel gaan mee in mijn tas. De zondag voor vertrek fiets ik op de MTB naar de sportschool en terug. Veertien kilometer in totaal, het is een lachertje, maar ik voel wel dat deze nieuwe fietshouding minder belastend is voor mijn schouder. Het moet zo maar.

Waar ik wel druk mee ben geweest is het inzamelen van geld. Samen met Olaf, die ook mee fietst, heb ik een actiepagina gemaakt waarop veel vrienden en bekenden gedoneerd hebben. En we hebben een benefiet diner georganiseerd met een veiling en een loterij. Dat was een super gezellige avond die een mooi bedrag (6615 euro) voor Orange Babies heeft opgeleverd. De teller staat op 10.440 euro als we vertrekken. Let wel, dit is exclusief de kosten van onze reis, die we natuurlijk zelf betalen.

Voor degenen die Orange Babies (nog) niet kennen: deze stichting zet zich in voor een Aids en HIV-vrije wereld. Dat doen ze door het opzetten of steunen van kleinschalige projecten. Zoals het geven van medicijnen aan zwangere vrouwen die HIV hebben waardoor hun baby zonder HIV geboren kan worden. Zorgen dat kinderen naar school gaan en daar ook voldoende en gezond eten, want als je honger hebt leer je niets. Maar toch: hoeveel je ook van tevoren leest, hoort of ziet, niets bereidt je genoeg voor op de werkelijkheid. Daar zijn en zien en ervaren hoe die hulp en die steun er uitziet is heel bijzonder. En ook een beetje frustrerend omdat er nog zoveel meer moet gebeuren. Al vind ik het indrukwekkend wat ze al bereikt hebben. Zo logeren wij ook een nacht in de huizen die net gebouwd zijn op het terrein van de 5 Rand School. Witte, stenen huizen met tegels en sanitair. Hier komen straks kinderen te wonen uit de omringende sloppenwijk die thuis onder erbarmelijke omstandigheden leven. Zoals enkele van de kinderen uit de huisjes die we bezoeken. Maar ook kinderen die wees zijn of slachtoffer van seksueel misbruik. We maken kennis met een paar van de kinderen. Een meisje, ik denk van een jaar of tien, vertelt hoe blij ze is dat ze in het meisjeshuis gaat wonen. Want waar ze nu woont doen mensen ‘bad things’ met haar. De blik in haar ogen zegt genoeg. ’s Avonds doen de Orange Babies Mama’s hun verhaal. Het ene nog hartverscheurder dan het andere. Zo vertelt een van de vrouwen dat ze op haar zeventiende tijdens een avondje uit door zes mannen is verkracht. Naast een afschuwelijke ervaring leverde het haar een HIV-besmetting op. Alle mama’s zijn HIV-positief. Orange Babies heeft hun niet alleen medicatie gegeven, maar vooral ook zelfrespect. Want zij helpen nu andere moeders en kinderen. En voeden daarnaast hun eigen kinderen op, die, ook weer dankzij Orange Babies geen HIV hebben. Hun werk als mama geeft hun zelfvertrouwen en een inkomen.

Bij alle projecten waar we komen wacht ons een warm welkom. Zingende, dansende en klappende kinderen. Hartveroverende glimlachjes, lieve knuffels, big hugs. Het ontroert mij en tegelijkertijd voel ik me beschaamd dat over de weelde waarin ik leef. Voor het bedrag dat ik uitgeef aan een lunch, kan een kind hier een maand eten. Vervolgens vraag ik me af wat er zou gebeuren als een van deze kinderen mee zou gaan naar Nederland en daar verder opgroeit. Hoe lang duurt het voor luxe en welvaart vanzelfsprekend zijn?

Tussen de bedrijven door fietsen we natuurlijk ook. In de zinderende zon. Het is zo heet dat ik niet zweet, ik denk dat het al verdampt is voor het mijn huid bereikt. Het zijn vooral gravel- en zandwegen, de laatste soms zo mul dat het lijkt of je over het strand fietst. Last van mijn schouder heb ik niet. Wel verbrand ik mijn lippen. Pijnlijk, maar overkomelijk. En totaal onbelangrijk vergeleken bij het doel van deze tour.

 

 

 

 

 

Wij gaan over dijken…

De Dijkenloop is in een ander jasje gestoken. Nieuwe parcoursen, nieuwe start en finish locatie, ander wedstrijdprogramma. En….. nieuwe, vroege, starttijden. hebben ons ingeschreven voor de estafette halve marathon. Met zijn vieren gaan we samen een hele halve afleggen, maar dan niet helemaal dus.
Dat vergt altijd wat logistieke planning aangezien we met een auto gaan en geen fiets meenemen, maar we hadden het goed uitgedacht.

Ziek vroeg op…

Om zeven uur gaat de wekker. Best vroeg op zondag, zeker na de Airborne wandeling van de dag ervoor – met borrel na – en het dansen op de Airborne Music Night – met borrel op. Mijn benen voelen een beetje stram en mijn hoofd een beetje mistig, maar ach, ik hoef slechts de slotetappe van 4,3 kilometer te rennen, dat moet toch te doen zijn.
Dan gaat mijn telefoon. Edwin. Hij is ziek, buikloop en kan niet meedoen. Balen. Vooral voor hem natuurlijk. Aangezien het een lastige, zo niet onmogelijke opgave is, om op dit tijdstip nog een vervanger te zoeken, zullen Jouliska, Diederik en ik het met ons drieën moeten zien te rooien.
En dat betekent dat ik niet alleen het laatste stuk ga doen, maar ook het eerste stuk van 4,5 kilometer.
We drinken eerst nog een kop koffie, spelden de startnummers op en turen op de kaart waar dan het beste de auto neergezet kan worden. Jouliska voelt zich ook wat ziek maar wil toch gaan. Om kwart over acht vertrekken we naar Beneden Leeuwen. Het zonnetje schijnt en het belooft prachtig loopweer te worden. Al is het zo vroeg in de ochtend met een graad of 9 nog wel aan de koude kant.
Uit voorzorg doe ik het polsbandje dat als estafette stokje dient vast om de auto. Ruim voor negen uur rijden we Beneden Leeuwen binnen en parkeren in de buurt van het sportpark waar de kleedruimte en garderobe is voor zowel de lopers als de skeeleraars.
Jouliska en Diederik vertrekken richting hun startpunten in Wamel en Dreumel. Namen met een hoog Harry Potter of Efteling gehalte.

Te vroeg gepiekt?

Ik hang nog even rond bij de kleedruimtes, doe in plaats van een topje toch maar een shirtje aan en besluit dan om mijn rugzak in te leveren en rustig naar de start te lopen. Daar is het inmiddels behoorlijk druk. Dan ineens ontdek ik dat ik het polsbandje niet meer om heb. Met vest en al in mijn rugzak gepropt waarschijnlijk. Shit. Ik heb nog negen minuten tot de start. Er zit niets anders op: straks worden we gediskwalificeerd door mijn nalatigheid. Dus ik zet de turbo erop en begin te rennen. Onderweg stopt er ook nog een auto die mij vraagt waar de nummers moeten worden afgehaald. Blijkbaar zie ik er zelfs sprintend uit of ik bij de VVV werk. Wat een stress. Ik ontwijk een wielrenner, het scheelt weinig en ik durf niet te kijken op mijn horloge of ik het op tijd ga halen. Als ik bij mijn rugzak ben, ruk ik alle spullen eruit. Gelukkig, daar is het mintgroene bandje. Snel stop ik alles terug, de rits wil niet helemaal dicht, ik laat het zo. Hup, weer op weg naar de start, ik zie geen enkele loper meer die kant op gaan, alleen toeschouwers. Buiten adem, met een hartslag alsof ik net een 5 kilometer wedstrijd heb gerend, glip ik het start vak in. Geen tijd om even bij te komen, een halve minuut later is de start. Omdat ik net voluit ben gegaan begin ik rustiger dan ik normaal zou doen. Ik voel mijn benen nu al, maar na een minuut of vijf gaat het beter. De kilometer aanduidingen tellen af, dat is wel motiverend.
Verder is het niet een heel mooie of spannende route, we lopen vooral door stille straten. De meeste mensen zijn waarschijnlijk nog in diepe zondagsrust.
Vlak voor we bij het wisselpunt zijn moeten we een doorgaande weg oversteken. Het verkeer wordt tegengehouden en ik hoor een auto nijdig toeteren. Ik ben blij als ik veilig de overkant bereik, waar Jouliska staat te wuiven. Snel geef ik het polsbandje door en wens haar succes.

Dreumelen in Wamel

Ik drink wat water, kom op adem en besluit om rustig naar het volgende wisselpunt te wandelen. Hopelijk met een bar, want ik heb ineens ontzettend veel zin in een kop koffie. Na een paar honderd meter krijg ik het vermoeden dat ik misschien niet de goede kant opga. Gezien mijn niet bestaande richtingsgevoel lijkt het me dan ook verstandig om te vragen hoe ik bij Zaal Rutte(n) – familie van ?? – kom. En ja hoor, ik moet inderdaad de andere kant op. Ik dreumel dwars door het slaperige Wamel. Na een minuutje of tien zie ik een tafel met water en verderop is een wit banier over de weg gespannen. Dat moet het wisselpunt zijn. Er staan drie mensen, ik heb duidelijk nog alle tijd. Helaas geen koffie te krijgen. De zon schijnt nu volop en het is aangenaam warm. Het wordt wat drukker en er is nu ook een speaker. Daar komt de eerste halve marathon loper voorbij en kort daarna de tweede. Dan ook een estafette wissel. Steeds meer lopers passeren mij, veel deelnemers aan de halve marathon, tien kilometer lopers en estafette teams. Ik tuur in de verte zoekend naar Diederik die volgens mij een oranje shirt aan heeft. Dan zie ik Jouliska aan komen lopen. Bruin van de Cubaanse zon, maar toch wat witjes in haar gezicht. Ze is onderweg ziek geworden, overgeven, buikkrampen, maar is wel doorgegaan. Ik heb met haar te doen, wat vreselijk als je zo ziek wordt tijdens het lopen.
Daar komt Diederik aan, zwaaiend met het polsbandje.
Ik begin aan het laatste stuk dat grotendeels over een dijk gaat. Dit is veel mooier dan de eerste etappe, met links de rivier en rechts weilanden. Het gaat best lekker. Nog drie kilometer, nog twee, nog een. Ik hoor al de muziek en de speaker. De dijk af, een paadje in, een bochtje en daar is de finish.
Een estafette met hindernissen, maar toch super leuk vinden we alle drie. Misschien moeten we volgend jaar meedoen als Het Buikloopteam. Over een shirtkleur hoeven we dan niet lang na te denken…..

dijkenloop2

 

Dravend defileren langs het bordes van Soestdijk

Als begin vijftiger heb ik het defilé van Soestdijk nog bewust meegemaakt. Voor de jongeren onder ons: op 30 april was Koningin Juliana jarig. Dan ging ze op het bordes van haar paleis staan met de hele familie en kwamen er uit alle hoeken en gaten van het land onderdanen bloemen of lokale lekkernijen op de bordestrappen leggen. Dat werd live uitgezonden op TV met commentaar van Dick Passchier. Torenhoge kijkcijfers want er waren nog maar twee televisienetten en die stonden de helft van de tijd ook nog op testbeeld, dus werd er gretig gekeken naar alles wat bewoog.

Juliana en Bernard zijn al lang niet meer onder ons, maar Soestdijk staat er nog. En daar was afgelopen zondag de Royal Run. Met onder meer een 10,5 kilometer op het programma (en royal inschrijfgeld van bijna 20 euro). Die past mooi in het trainingsschema waar ik na de vakantie mee ben begonnen om me voor te bereiden op de halve marathon die ik begin oktober in Kreta ga lopen.

Gelukkig was ik ruim op tijd vertrokken want zodra ik de A1 op reed, belandde ik in de enige file die er op dat moment in Nederland stond. Een half uur later dan gepland parkeerde ik mijn auto op het P&R terrein bij station Baarn (voor mijn neus ging er net een auto weg, waardoor ik een plekje had, hoezee, hoezee). Van daaruit zouden er bussen naar Soestdijk rijden, want parkeren daar was niet toegestaan.

Inderdaad zwenkte na een minuutje of tien een grote bus het stationsplein op die ons bij het paleis zou afzetten. Ondertussen was ik vast begonnen met aanbrengen van het startnummer, wat ik een van de vervelendste dingen vind van meedoen aan loopjes, het vergt veel van je fijne motoriek, kost meer tijd dan je denkt en dan zit dat ding nog scheef en op een rare plek (ik heb niet zo’n heel groot bovenlijf). Voor de bus zich eindelijk in beweging zette (het liep inmiddels tegen enen en om half twee was de start) nam de blonde buschauffeuse het woord en maande ons om de gordel om te doen. Ze sprak uiterst beschaafd en correct Nederlands, mogelijk was ze hiervoor hofdame geweest of iets anders in koninklijke dienst.

Na een korte rit zette ze ons af bij de hekken van de paleistuin. Van daaruit was het een paar minuten naar de start. Het was prachtig weer, een graad of 24, een prima temperatuur om met een drankje hardlopende medemensen aan te moedigen. Ik zette snel mijn rugzak weg en ging inlopen. En ja hoor, na een paar honderd meter liep ik langs het beroemde bordes en daarna achter langs waar de warming up al bezig was. Gezien de hoge temperatuur vond ik dat ik warm genoeg was en ik ging naar de start, waar het al behoorlijk vol stond. Na het aftellen was het even stil en toen ging er een kanon af. Tja, dat had ik natuurlijk kunnen weten.

We moesten drie rondes van 3,5 kilometer lopen. Vooral het eerste stuk was lastig, met scherpe bochten, smalle paadjes, een bruggetje, geen schaduw, maar wel leuk langs het bordes waar een dweilorkest stond te spelen. Na ruim een kilometer ging het parcours vooral over bospaden. Sommige stukken waren zo stoffig dat ik in mijn gedachten prinses Beatrix op haar eerste pony voor me uit zag rijden.

Halverwege de ronde stond een waterpost waar een van de vrijwilligers vol enthousiasme mijn naam riep, want ja, die doet het natuurlijk goed in deze contreien. En het leuke van een rondje is dan dat je steeds bij dezelfde je watertje kunt halen, zodat je even het gevoel hebt dat je een eigen supporter hebt. Aan het eind van de ronde was er een klein, maar pittig klimmetje en dan liep je heuvelafwaarts naar de start/finish, waar ook weer water werd verstrekt. Zodat ik al met al zes keer water kon pakken, dat mag je toch ook echt royaal noemen en met deze warmte geen overbodige, maar wel een lekkere luxe.

Het voordeel van drie rondjes is dat je de tweede en derde keer weet wat er komt en dat is meteen ook het nadeel, hardloop psychisch gezien. Je hebt minder afleiding. Wat veel goedmaakte in dit opzicht was dat het een prachtig parcours is door een park en bossen. Als wedstrijdtraining vond ik het helemaal prima, zeker omdat je ook je tijd per ronde kunt zien. Zoals gewoonlijk was mijn eerste ronde het snelst (16 min en 15 seconden). Mijn tweede ronde was met 16 min en 54 sec langzamer dan de derde (16 min 39 sec), wat denk ik vooral komt doordat ik die mentaal het zwaarst vond.

Moe en voldaan stapte ik weer in de bus, met de deftige chauffeur. En geheel uit mezelf klikte ik meteen mijn gordel vast.

En nu we toch oranje bezig zijn: in oktober ga ik fietsen in Namibie voor Orange Babies. Deze stichting zet zich in voor een HIV- en aidsvrije wereld. Onder meer door het voorkomen dat zwangere vrouwen het virus doorgeven aan hun baby. Wil je me steunen? Kijk dan op mijn actiepagina en doneer. Elke gift is welkom en wordt meer dan goed besteed.

Biken en bikkelen

Soms doe je iets wat je niet verwacht had van jezelf. Zoals een marathon lopen. Ooit, in 2005, liep ik de marathon van New York na drie maanden training. Iets wat ik daarvoor nooit ambieerde, laat staan dat ik gedacht had dat ik dat ooit zou doen.

En deze week heb ik, tegen al mijn verwachtingen op het gebied van mijn sportieve activiteiten in, voor het eerst van mijn leven op een mountainbike gefietst. Want ik ga meedoen met de Orange Babies tour van 2017 in Namibië en dan moet ik bijna elke dag ruim veertig kilometer op zo’n ding fietsten.

In mijn geval betekent dat offers brengen. Want mountainbiken (en racefietsen) associeer ik met valpartijen, breuken en blessures met in het ergste geval levenslange verminking of de dood tot gevolg.

En met asociaal rijgedrag, want zo’n speciale fiets heeft vrijwel nooit een bel, waardoor je soms ternauwernood opzij kunt springen als je hardloopt. Als je daar dan vervolgens wat van zegt, krijg je vaak een snauw waar een welgemeend, of desnoods niet gemeend maar wel zo beleefd, sorry beter zou volstaan.

Echter: in dit kader geldt: het goede doel heiligt de middelen en een goede voorbereiding is het halve werk. En dus doe ik dat wat ik nooit van mezelf heb gedacht: ik ga mountainbiken.

Op advies van een vriendin die serieus fietst, schaf ik mij te elfder ure een fietsbroek aan. Zo’n ding met een spons erin. Ik overweeg even dat ik dat zelf ook wel kan fiksen (sportbroek met spons), maar dat lijkt me toch wat al te weirdo. En ik koop er meteen een kek roze fietsshirtje bij (lang leve het online shoppen). Met van die handige zakken achterop. Wat ik daarin ga doen, weet ik nog niet.

De dag van de waarheid breekt aan. Ik hijs mezelf in mijn nieuwe wielrenoutfit die net op tijd bezorgd is. Tjonge, dat broekje is wel even wennen. Ik voel me alsof ik met een luier om over een schommelend schip moet lopen. Maar eenmaal op het mountainbikezadel ben ik heel blij met deze aankoop. En de zakjes komen ook van pas, aangezien ik aan het herstellen ben van een zware verkoudheid en de hele dag papieren zakdoeken onder handbereik wil hebben.

Gelukkig hoef ik deze tocht niet alleen te ondernemen maar neemt een vriendin en ervaren Orange Babie Tour fietser mij en twee andere deelnemers die in oktober mee gaan doen onder de hoede. Ze heeft een mooi parcours uitgestippeld over de uitlopers van de Hoge Veluwe. Ik ben gespannen en knijp de handvaten van de huurbike haast fijn. Gelukkig gaan we niet al te hard en ik kan het tempo volgen. Alleen bergafwaarts over smalle sporen heb ik het moeilijk. Er is een stuk waarin ik het idee heb een soort trap af te rijden, van boomwortel naar boomwortel en tot overmaat van ramp zijn er ook tegenliggers. Ik bedwing de neiging af te stappen en te gaan lopen en kom zonder kleerscheuren de helling af. En verder is het veel leuker dan ik dacht. Al ben ik stiekem wel opgelucht dat we de laatste kilometers over een ‘gewoon’ fietspad gaan.

IMG_1332

Een paar dagen later koop ik een mountainbike. Zodat ik nog een paar maanden kan trainen voor Afrika. En zo ga ik dan toch op de trail, alleen dan met trappers. Want trail running, dat ga ik echt nooit doen. Zeg ik nu 😉