Verhitte voetbalinterland

De regen, die sinds de vroege ochtend met bakken uit de hemel viel, is gestopt als wij aan het ontbijt zitten in Bakau, Gambia. Mahlik, die ons elke ochtend voorzie van koffie en thee, is er helemaal vol van. Deze middag speelt Gambia tegen Togo in de strijd om kwalificatie voor de Africa Cup. Een paar dagen geleden leek Gambia de uitwedstrijd in Togo met 1-0 te winnen… totdat Togo in de laatste minuut de gelijkmaker scoorde. De wedstrijd vandaag is cruciaal want beide landen moeten winnen om nog zicht te houden op kwalificatie. Mahlik kan wel kaarten voor ons regelen, voor 100 dalasi per stuk heb je een goede plek onder de overkapping. Hier is dat een fors bedrag, wij kunnen er in Nederland nog geen kop koffie op een terras van betalen, want omgerekend is het nog geen 2 euro.

De wedstrijd begint om half vijf, maar Mahlik heeft ons op het hart gedrukt ruim van te voren aanwezig te zijn. We nemen een taxi naar het stadion. De rit duurt veel korter dan verwacht, nog geen tien minuten later arriveren we bij het stadion. Een betonnen gevaarte op een groot, braakliggend terrein. Het is al aardig druk. Met mijn Nederlandse blik registreer ik chaos, maar inmiddels weet ik dat er een voor mij onzichtbaar systeem zit in de wanorde.

Politie agenten doen het ijzeren hek bij de ingang steeds open en dicht, zodat er telkens een auto kan passeren. Na een keer of drie lukt het ons erdoor te glippen. Als we ons melden bij de overdekte tribune mogen we er niet op. We moeten naar de andere kant. De poorten zijn nog niet open. Overal lopen, staan en wachten mensen. Dan stormt er een groep agenten met helmen, schilden en knuppels de trap op. De poorten gaan open. En weer dicht. En weer open. Mensen gaan naar binnen. Of worden letterlijk in hun kraag gevat en eruit gesmeten. Dit is blijkbaar de toegangscontrole, want als wij ons melden pakken ze de kaarten af en mogen we doorlopen.

En zo zitten we ruim een uur voor aanvang in de verzengende hitte op de onoverdekte tribune. Naast Mahlik, die zich uitgebreid verontschuldigt dat hij zijn broer per ongeluk verkeerde kaartjes heeft laten kopen. Hij heeft nog steeds zijn werkkleding aan en moet het nog warmer hebben dan wij in onze korte broeken. Omdat de betonnen banken zo warm zijn dat het voelt alsof ik op een brandende kolenkachel zit, ga ik staan. Een heel licht briesje geeft enige verkoeling. Langzaam tikken de minuten voorbij, terwijl onze tribune steeds voller wordt. Op het veld warmen de spelers zich op. Uit de speakers klinkt een nummer dat speciaal voor het Gambiaanse elftal is gemaakt. En dan nog eens, en nog eens, en nog eens….. Als ik zowat gesmolten ben, bezweet, plakkerig en verbrand – mijn zonnebril tekent zich ’s avonds duidelijk af op mijn gezicht zodat ik wel een uil lijk – klinkt het verlossende beginsignaal.

Alhoewel ik geen grote voetbalkenner ben, kan ik zien dat dit geen kwalitatief hoogstaande wedstrijd is. Togo speelt elkaar beter de bal toe, Gambia heeft meer kansen, maar is geen team. Blijkbaar doen ze dit aan middenvelders. De bal wordt of naar voren getrapt waar dan steevast de spits al buitenspel staat of iemand pingelt net zolang tot de bal buiten de lijn is of wordt afgepakt. Tijdens de rust, als het ons eindelijk lukt om water te kopen, is de temperatuur weliswaar stukken aangenamer maar zijn de gemoederen op onze tribune inmiddels aardig verhit. Een man met een soort ananas van haar op zijn hoofd zwaait treiterig met een vlag en twee rijen verder houdt een vrouw een groepje mannen in toom die met gebalde vuisten naar de ananas staan te schreeuwen.

De tweede helft is qua niveau nauwelijks beter. Een speler van Togo krijgt rood omdat hij zijn tegenstander vloert. Helaas voor Gambia net buiten het strafschopgebied. Onder luid gefluit sjokt hij langzaam naar de catacomben (ervan uitgaand dat die er zijn). Omdat de sfeer steeds opgefokter wordt, gaan we vijf minuten voor het einde weg. Mahlik heeft inmiddels onze taxichauffeur gebeld. We banen ons een weg naar de uitgang, wat nog niet meevalt want ook de trappen zitten vol toeschouwers. Een agent doet de poort voor ons open en meteen proberen tientallen kinderen zich naar binnen te wurmen.

Als we op de afgesproken plek op de taxi staan te wachten, horen we op een autoradio dat Togo scoort. Weer in de laatste minuut dus. Tijdens de rit naar het hotel, horen we een reporter met kalme stem concluderen dat het over is voor The Gambia. De chauffeur heeft geen goed woord over voor het team. Geen eenheid, spelen alleen voor zichzelf. Veel geld verdienen in het buitenland en voor je eigen land de kantjes eraf lopen. Kortom: voor ons Nederlanders heel herkenbaar :-).

De volgende dag horen we van Mahlik dat het helemaal geescaleerd is op onze tribune. Politie, stenen en traangas. Gelukkig was hij ook op tijd weg. Al is hij duidelijk hevig teleurgesteld dat kwalificatie er niet meer in zit. Weer niet.