Hakken

Omdat ik een ondernemersevenement wil bezoeken dat in het Beatrix theater plaatsvindt, besluit ik met de trein te gaan. Ik parkeer mijn auto op het voormalige kazerneterrein bij station Ede-Wageningen. Daar is altijd plek in overvloed. Niet zo heel verwonderlijk, want je moet nog zeker vijf minuten lopen voor je bij de perrons bent en in de nabije omtrek is er weinig te beleven.

Na enkele stappen heb ik al spijt van mijn schoenkeuze. Donkerblauwe pumps met een beschaafd hakje. Zeker geen tien centimeter, maar wel meer dan vijf. Na ruim twee weken op comfortabele wandelschoenen of teenslippers protesteren mijn voeten hevig.

Wanneer ik met een koffie in mijn hand op de trein sta te wachten, scan ik de vrouwen in mijn omgeving. Of ze nu een broek of een rok aan hebben, jong of wat ouder zijn: allemaal dragen ze gympen of sneakers. Behalve ik dus. Ik denk terug aan mijn tijd als jonge trainee bij een bank, eind vorige eeuw. Vrijwel elke dag droeg ik een mantelpakje, een nette jurk of broek en van die suffe stewardessenpumps. En het allerergste: panty’s, die natuurlijk altijd haakten of ladderden. Na een tijdje durfde ik het aan om in een spijkerbroek met nette blouse, keurig sjaaltje en blazer te verschijnen. De journaaloutfit (in die tijd zaten de nieuwslezers nog en zag je alleen de bovenkant). Niet iedereen kon het appreciëren. Wat dat betreft zijn de tijden gelukkig veranderd. Lang leve de sneaker, volgende keer neem ik mijn hakken wel mee in de tas. Heb ik geleerd van de film Working Girl. Ook eind vorige eeuw. Net als hakkûh…..

Over de Atlas

Erfoud. Geen Riad dit keer maar een soort vierkante omheining met daarin bungalowtjes en kamers: la Rose du desert. Een zwembad met palmbomen en ligstoelen, bezet door overwegend Nederlanders. Sommigen zijn net terug van de nacht in de woestijn en anderen, zoals wij, gaan nog. Ja, dat krijg je als je allemaal de highlights van Marokko in twee weken wilt proppen.

Nog even over Fes, we hadden daar een kamer met een grendel aan de buiten- en aan de binnenkant van de deur. Heel onhandig als de een in de kamer is en de ander  nietsvermoedend de deur netjes dichtmaakt en weggaat. En geen bereik heeft. Ik had eigenlijk nog even moeten vragen wat het idee daarachter is, want of je laat de deur op een kier, zodat de achterblijver niet echt privacy heeft of je sluit iemand op. Maar dat terzijde.

Gisteren vertrokken we in alle vroegte voor de lange rit naar Erfoud. Ruim 400 kilometer voor de boeg dwars door de Atlas naar de woestijn. Op tijd eruit dus want vanaf half negen konden we de auto ophalen in de ville novelle. De man van het hotel regelde een sjouwer voor ons die ons naar een taxi standplaats zou brengen. Via een ons nog niet bekende route liep hij voor ons uit met zijn handkar, het ging vooral omhoog dus hij had het zwaar. Onderweg stopte hij een paar keer om water te drinken en het zweet van zijn gezicht te vegen. Omdat we geen klein geld hadden, kochten we bij een stalletje een stokbrood, chocolade en oreo koekjes, alles bij elkaar 10 dirham, dat is nog geen euro. We beloonden onze zwoegende bagagevervoerder met vijftig dirham en daar was ook hij heel blij mee.

Iets na half negen kwamen we bij Eurocar aan. Pas een uur later reden we weg. We waren als tweede aan de beurt. Achter ons groeide de rij snel aan met wachtende landgenoten. Wat de man achter de balie allemaal moest doen, was volslagen onduidelijk maar omslachtig was het zeker. Per klant was hij een half uur bezig, terwijl iedereen toch echt van tevoren geboekt had. Later hoorde ik van mensen dat ze tot half twaalf hadden moeten wachten en toen nog een rammelbak kregen.

Gelukkig hoefden wij dus maar een uur te wachten en was er een koffietent om de hoek, zodat ik nog een espresso kon scoren. Ik had in Fes nog geen fatsoenlijke koffie gedronken, maar deze was lekker. Nadat we het hectische verkeeer van Fes achter ons hadden gelaten reden we de leegte in. Van groen naar bruin naar geel. Rond Ifrane ligt er een nationaal park met veel bomen en heuvels. Ifrane zelf of in ieder geval een suburb ervan ziet er luxe uit. Een koninklijk paleis met tig wachthuisjes bij het kilometers lange hek. Het paleis zelf is aan het oog onttrokken door een rijk beplant park. Er tegenover ligt een universiteit met waarschijnlijk ook westerse studenten want een man (en vrouw) of tien was aan het hardlopen in tights en strakke shirts, de hoofden onbedekt. Ski-oorden, apen, kuddes schapen compleet met herder en hond, geiten. De besneeuwde toppen van de atlas. Vlaktes met hier en daar een struik. Een soort westerndecor. Rotsige heuvels die hoger en hoger worden en langgerekte stroken groen waar het water stroomt. Bergpassen met S-bochten en na elke bocht een ander uitzicht. En na de bergen het begin van de woestijn. Dorpen die eruitzien of ze half af zijn. Alsof een kind met een vierkant emmertje een dorpje heeft gemaakt in de zandbak. En in de stadjes hebben de huizen luiken en deuren in allerlei pastelkleuren. Het is net of deze erop geschilderd zijn.

Als we een half uur rijden van Erfoud zijn, zien we een bord waarop staat dat er bronnen zijn. Wanneer we erheen rijden belanden we op de Marokkaanse variant van een camping. Een van de bronnen is aangesloten op een zwembad. Vanuit een tentje klinkt keiharde muziek. Het is niet bepaald rustgevend. Jongetjes klampen ons aan en geven van grasstengels gevlochten dieren ‘ cadeau’. We wimpelen ze af en ze zoeken hun heil elders. Even later horen we een boze mannenstem: ‘ En nou oprotten’. We lopen een stuk van de camping af, op zoek naar een wat rustigere bron. Echt spectaculair is het niet, maar het is lekker om even de benen te strekken.

Het is al na half zeven als we de parkeerplaats van La Rose du dessert op rijden. Na een van de meest afwisselende en mooie autotochten van mijn leven.

Dwalen in Fes

Gelukkig hebben we in Fes een prachtige kamer in een Riad, die zich zo ongeveer op het hoogste punt van de Medina bevindt. Het is in ieder geval steeds een hele klim. Gedwongen door het weer, maar vooral een zieke man, spendeer ik namelijk meer tijd in de Riad dan ik vooraf had ingeschat. Maar ja, life is what happens when you are making other plans.

Toen we gisteren met de trein vanuit Meknes arriveerden was het fris maar zonnig. Vanaf het station namen we een petit taxi richting ons Riad. De taxi’s in Fes bleken rood te zijn en klein, hun broertjes in Meknes zijn lichtblauw en piepklein. Je kiepert je bagage in een soort bak op het dak, propt de laatste koffer erbij op de achterbank en gaan met die banaan. Wat dat betreft is het handig dat we deze vakantie slechts met ons drieen zijn, het pas allemaal net.

Ergens aan een straat werden we eruit gezet, het hotel was om de hoek zei de chauffeur, terwijl hij een voor Marokkaanse begrippen exorbitant bedrag van 50 dirham vroeg voor het ritje. Vervolgens donderde hij onze spullen in een handkar en  voor we het wisten sjokten we achter een man aan. Onder een poort door, de volle Medina in. In zijn kielzog liepen we vrij soepel door de smalle steegjes. Na enkele minuten lieten we de kraampjes achter ons en kwamen we in rommelige, vieze straatjes met gebouwen zo schots en scheef dat ze met houten en ijzeren balken bijeen gehouden worden. Steiler en steiler ging de weg, tot we ineens voor een bruine poort stonden van Riad Dar Bensouda. Onze sjouwer liet het aan ons over wat we wilden betalen en wij vonden dat hij meer recht had op vijftig dirham dan de taxichauffeur. Zijn gezicht lichtte helemaal op, zo blij was hij.

Omdat we nog niet op onze kamers terecht konden, besloten we eerst op zoek te gaan naar een restaurant om te lunchen. We hadden vroeg ontbeten, net als de diverse setjes landgenoten, die allemaal in hetzelfde Riad waren gestald voor de dag in Meknes. En die ook allemaal dezelfde trein naar Fes moesten hebben. En dezelfde informatie hadden met als advies om toch vooral ruim twintig minuten van tevoren aanwezig te zijn en dat ook braaf deden. Net als wij. In Fes heb ik ze overigens nog niet gezien, maar ongetwijfeld zullen we enkelen van hen weer tegenkomen tijdens onze trip straks naar het zuiden. Het vinden van een lunchadres leek niet zo moeilijk, althans niet via Tripadvisor. Maar het echt vinden van het restaurant was een flinke puzzel. Ik weet niet of Wie is de Mol al in Marokko is geweest, maar het lijkt mij een perfecte locatie. Het eerste restaurant waar we kwamen bleek nog gesloten. Het tweede ook. Onderweg werden we af en toe belaagd door jongens die voor geld de weg wilden wijzen. En geholpen door drie schoolmeisjes in een soort witte laboratorium jassen (kennelijk het schooluniform), die bedeesd vroegen wat we zochten en ons daarna gracieus begeleiden. Ja heren, zo kan het ook. Helaas bleek ook dit restaurant nog dicht. Uiteindelijk kwamen we door gewoon dom bordjes te volgen van restaurant Fex in een mooie tuin terecht waar we wel konden eten. Nou ja, ze waren eigenlijk pas tien minuten later open, maar we mochten zitten. Prima gegeten daar. Na de lunch dwaalden we verder door de Medina en kwamen een zelfverklaarde vriend van Ali B tegen. Hij bracht ons naar de poort waar we een taxi pakten naar Fes el Jedid. Dat was tenminste de bedoeling, maar we belanden in het moderne(re) deel zodat we uiteindelijk nog een behoorlijk stuk moesten wandelen om daar te komen waar we wilden zijn. Achteraf goed dat we dat gisteren allemaal gedaan hebben, want vandaag regent het soms, is het koud, is Olaf ziek en hebben we een beperkt dagprogramma gedaan, bestaande uit dwalen door de Medina, bezoeken van een leerlooierij, weer dwalen door de Medina, lunchen en terug naar de Riad. Overigens verklaart dat leerlooien wel het relatief grote aantal mannen met een glazen oog dat ik hier gezien heb. Die hebben waarschijnlijk ooit loog in hun gezicht gekregen.

Wat gehandicaptenvoorzieningen betreft moet je niet in de Medina zijn met haar hobbelige, smalle straatjes of in een Riad met al die trapjes en afstapjes. Wel zag ik verschillende mensen met krukken zich dapper een weg banen. Verdere valt mij zowel hier als in Rabat en Meknes op dat er heel veel katten zijn, vaak jonkies en soms in deplorabele toestand. Eten doen ze van het vuilnis dat hier langs de kant van de steeg wordt gelegd. En met handkarren of ezels wordt opgehaald, waardoor er vast af en toe een katje geplet wordt, ben ik bang.