Fiets weg

Zaterdagavond. We zitten net te eten als dochterlief belt. Haar fiets ‘staat er niet meer.’ Ze heeft hem vrijdag in de stad laten staan en is de ochtend daarna naar haar werk gebracht. Toen stond de fiets nog op de plek waar ze hem had achtergelaten. Dat weet ze (bijna) zeker.

Zondag onderneemt ze, gedwongen en begeleid door haar vader, een zoektocht naar de fiets. Een vrijwel kansloze missie. De fiets staat er inderdaad echt niet meer. Terwijl ze hem al zo vaak daar neergezet heeft. Is tot nu toe altijd goed gegaan, nooit eerder is haar fiets gejat. Maar ja, resultaten uit het verleden bieden geen garanties voor de toekomst, blijkt maar weer.

We zullen deze week aangifte doen. Ook een redelijk kansloze missie, maar je moet toch wat. En op zoek naar een andere fiets. Allemaal gedoe dat geld en tijd kost. Waar niemand beter van wordt, behalve de fietsenverkoper en de dief.

Als ouders draaien wij de bekende riedel af. Dat het stom is om je fiets achter te laten in de stad, ook al staat ie op slot. Dat het niet uitmaakt dat ie al bijna vijf jaar oud is en het zadel geplakt is met duct tape.

Tot ik denk: waar zijn we mee bezig. Waarom lezen we haar de les, terwijl zij niet degene is die steelt. Het is haar overkomen, zoals zoveel mensen. Volgens mij is het aantal Nederlanders waarvan nog nooit een fiets gestolen is veruit in de minderheid. Sterker nog: ik heb het idee dat fietsendiefstal niet gezien wordt als een maatschappelijk probleem, maar een geaccepteerd maatschappelijk verschijnsel. Fiets gejat? Pech gehad!

Natuurlijk is fietsendiefstal vergeleken bij andere misdaden beslist niet het ergste dat een mens kan gebeuren. Slachtofferhulp zal er zelden aan te pas komen. Maar toch…alsof het de schuld is van het slachtoffer in plaats van de dader. Alsof je door je fiets ergens in de openbare ruimte neer te zetten – op slot – impliciet toch toestemming geeft om deze te jatten.

En dat is toch eigenlijk de omgekeerde wereld.

Lopen als een cake…

Ik ben precies een week tweeënvijftig als ik aan de start sta van de vijf kilometer in Renswoude. Het eerste van drie geplande loopjes deze maand. Volgende week heb ik me ingeschreven voor de Bennekomse Bosloop en eind november staat dan de Horaloop op de planning.Allemaal zaterdagwedstrijden in de nabijgelegen Bible Belt, komt mij goed uit want op zaterdag hardlopen zit in mijn systeem.

Toch moet ik me er altijd wel even toe zetten. Op de dag zelf denk ik vaak: zal ik toch maar gewoon in de ochtend een duurloopje doen en die wedstrijd overslaan? Maar omdat ik de dag ervoor heb afgesproken dat ik samen met Diederik naar Renswoude zal gaan, ga ik natuurlijk gewoon die vijf doen en zeg ik tegen mezelf dat de grootste overwinning al behaald is op het moment dat ik in de auto stap om die wedstrijd te gaan lopen.

We zijn ruim op tijd bij sporthal de Hokhorst. De kleedkamer voor de dames, inclusief het toilet, heb ik helemaal voor mezelf. Wat een luxe, alleen daarom al tien punten voor de faciliteiten.

Na een warming up van ruim twintig minuten – hopelijk finish ik straks ongeveer binnen hetzelfde tijdsbestek – wandelen we naar de start. Er doen ruim vijftig lopers mee, dus we kunnen ongeveer allemaal vooraan starten.

Al meteen vergeet ik mijn goede voornemens, want ik zie dat we een haakse bocht hebben, die naar een smal pad leidt en om niet teveel in het gedrang te komen, trek ik meteen een soort sprint om als een van de eersten de bocht om te gaan. En zo gaat mijn eerste kilometer traditioneel weer te hard en zal ik dat gaan bezuren. Het parcours gaat grotendeels door een woonwijk en een industrieterrein en zit vol bochten, waardoor ik niet lekker in een ritme kom. En alhoewel het perfect loopweer is, waait het behoorlijk en daar krijg ik na bijna drie kilometer behoorlijk last van. Ik stort niet echt in, het is meer gestaag in zakken. Zoals een cake die zo mooi lijkt, maar toch inzakt als je hem uit de oven haalt.

De laatste vijfhonderd meter van het parcours zijn hetzelfde als de eerste, alleen doe ik er nu denk ik een halve minuut langer over. Ik finish als derde vrouw in 22,28’. Daar ben ik achteraf best tevreden mee, want ik hoopte in ieder geval onder de 22.30’ te lopen. Diederik is dan al anderhalve minuut binnen. We doen ons tegoed aan de sinaasappel partjes, heerlijk zoet en fris, dat zouden ze van mij na elke loop mogen geven. Dan gaan we – een primeur – zowaar uitlopen. Als we weer bij de finish zijn, hoor ik de speaker vertellen dat de vrouw die nu binnenkomt vandaag haar 75e verjaardag viert. Wat een bikkel! Ik hoop dat ik over 23 jaar ook nog mee kan doen aan een vijf kilometer.