Zo ongezellig…

‘Nou, het is hier wel een stuk ongezelliger,’ klaagt een vrouw achter mij. Het is maandagmorgen, even na achten. Ik zit in de mammapoli te wachten op een mammografie. Vorig jaar zat de poli nog ergens midden in het ziekenhuis en was de wachtruimte vaak overvol omdat ook deze ook bestemd was voor de orthopedie patiënten. Vaker wel dan niet kwam ik bekenden tegen. Niet altijd even prettig als je net weet dat je borstkanker hebt en nog volop in het proces zit van wat gaan ze precies wanneer doen en hoe verder. Krappe stoeltjes, oude tijdschriften en zoveel lawaai dat de verpleegkundige van dienst je naam zo ongeveer schreeuwde als je aan de beurt was. Hoezo privacy?

De mammapoli huist nu in een nieuwe vleugel. Het is ruim opgezet, met veel blank hout en lichte kleuren. De tijdschriften zijn van recente datum. Het oogt schoon en fris en ik hoop dat mijn borsten er ook zo uit zien. Van binnen dan.

De vrouw achter me moppert nog even door over de nieuwe mammapoli. Ze klinkt niet echt boos, ik denk dat het meer een vorm van afleiding voor haar is. Want niemand komt hier natuurlijk voor de lol. Of voor de gezelligheid. Alhoewel, nu ik erover nadenk, schiet me te binnen hoe twee mannen op leeftijd een bakkie deden aan de tafel waaraan ik een boek probeerde te lezen. Dat was een jaar geleden, in de oude wachtruimte. ‘He Kees, hoe gaat het met jou? Lang niet gezien.’ Om er vervolgens op los te beppen alsof ze elkaar op de markt tegenkwamen, terwijl hun vrouwen in de rij stonden voor de groenten en fruitkraam (dit zie ik regelmatig gebeuren als ik, gehaast als altijd, inkopen doe op de markt).

Een voor een druppelen de polimedewerkers binnen, allemaal vrouwen. Een vrouw loopt een kamertje binnen en komt er een minuutje later uit met een beker koffie. Een ander sjokt met haar oordopjes nog in en haar jas aan de gang op. Voor hen is het business as usual. Een gewone grijze werkdag in januari. Het is niet eens blue monday, want dat is pas volgende week, maar voor mij voelt het meer als black monday. Mijn eerste controle, een jaar na de operatie. Rationeel weet ik dat de kans dat het foute boel is vele malen kleiner is dan dat het goed is, maar emotioneel is het moeilijk. Eerst het pijnlijke pletten en dan het wachten op de uitslag. Ik zie er als een berg tegenop en het wachten duurt lang.

Dan is het zover. Ik hoor mijn naam en schrik zowaar op. Snel pak ik mijn tas en haast me naar de radiologie laborante, alsof ik bang ben dat mijn plek anders wordt ingepikt door een ander. Het geijkte kleedkamertje met twee deuren. De deur naar de gang kan van binnen uit op slot kan. De andere deur heeft geen klink. Die geeft toegang tot de mammografie ruimte. Als patiënt kleedt je je uit en wacht tot je gehaald wordt. Als patiënt ben je gedwongen passief. Je bent geen uniek individu meer maar een verzameling cellen.

Het onderzoek verloopt sneller dan ik verwacht. De laborante doet er alles aan om de plettijd zo kort mogelijk te houden. Ik mag weer terug het hok in: aankleden en op de uitslag wachten. Ik zit op de stoel, kijk op mijn smartphone zonder iets te zien en voel me moe en moederziel alleen. De deur gaat open en daar is de laborante weer. ‘Er zijn geen veranderingen,’ zegt ze en aan haar toon te horen is dat positief. ‘We moeten altijd een slag om de arm houden, maar het is voor 95 procent zeker dat het goed is.’

De rest van de dag voel ik me 95 procent opgelucht. De andere 5 procent bewaar ik voor de dag erna, als ik de definitieve uitslag hoor.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s