Grijze laarsjes

Vandaag is het precies een jaar geleden.

7 december 2015. Een regenachtige maandagmorgen, filevorming op de A12 en ik nagelbijtend (figuurlijk gesproken, want dat is een slechte gewoonte die ik voor de verandering eens niet heb) in de auto. Ik heb mijn nieuwe grijze laarsjes aan.Achteraf denk ik: waarom? Waarom was ik bang te laat te komen, want slecht nieuws komt nooit te vroeg. Hoopte ik dat mijn bange voorgevoel niet klopte en wilde ik dat zo snel mogelijk bevestigd zien?

Vrijdag 4 december 2015. Ik sta op het vliegveld van Faro een oogpotlood af te rekenen als mijn huisarts belt.. Als ik zijn naam in het display zie staan, weet ik meteen waar het over gaat en dat het niet goed is.  Hij vertelt dat er kalkspatjes te zien zijn op de mammografie die gemaakt is tijdens het bevolkingsonderzoek. Ik moet zo snel mogelijk naar de mammapoli voor nader onderzoek. Maandagochtend 7 december om 8.00 uur is er plek in Zevenaar. Enigszins verdwaasd loop ik naar een koffiecorner en bestel een grote cappucino en een muffin. Ik ben op de terugweg van een weekje wellness in Zuid Spanje, maar mijn ontspannen gevoel en goede voornemens zijn in één klap verdwenen.

Kalkspatjes. Het klinkt onschuldig, maar na wat gegoogel was is er snel achter dat het ook foute boel kan zijn. Namelijk DCIS. Ductaal Carcinoom in Situ, een voorstadium van kanker. Ik vis de folder uit de papierbak, waar ik ze na het bezoek aan de ‘bus’ had ingegooid. En lees: ”Van elke 1000 vrouwen ontvangen 25 vrouwen een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Van deze 25 vrouwen blijken ongeveer 7 vrouwen borstkanker te hebben.’ Statistisch gezien is de kans dus groter dat het goed is dan dat het fout is. Maar ik ben  er totaal niet gerust op. Ik herinner me dat ik in de bus na het pijnlijke pletproces nog even moest wachten. ‘Of de foto’s goed waren gelukt,’aldus de radiologisch laborante. Hebben ze toen al iets gezien? Daarna vertelde ze dat ik de uitslag over twee weken per brief zou krijgen. Tenzij er nader onderzoek nodig was, dan zou de huisarts me na een week of wat bellen. ‘Dan zit ik in het buitenland’, flitste er door me heen. Daarna dacht ik er niet meer aan. Tot het bewuste telefoontje inderdaad komt, daar, in het verre Portugal.

Precies op tijd ren ik het Zevenaarse ziekenhuis in op mijn hooggehakte laarsjes. Het gebouw doet me denken aan de houten noodbouw van mijn middelbare school. De geur van natte jassen ook. En ik voel me bijna even opgelucht als vroeger, dat ik net op tijd binnen ben. Tien minuten later zit ik half ontkleed op een onderzoekstafel. De mammacare verpleegkundige, Monica, voelt aan mijn borsten. Daarna doet de oncologisch chirurg, een oudere man, het nog eens over. Allebei voelen ze niets. Dan krijg ik een echo. Waarschijnlijk gaan ze hier ook niets op zien en moet ik naar Arnhem, waar een supersonisch kalkopsporingsapparaat staat. Maar ze zien wel wat. Een donker vlekje, vlakbij de plek met de kalkspatjes. De radioloog haalt een grote naald tevoorschijn, de assistente een wat kleinere. De kleine is voor de verdoving. Met de joekel prikken ze dwars door mijn borst heen, recht in de donkere vlek. Niet een keer, niet twee keer, maar drie keer. De radioloog zegt niets, de assistente kijkt zorgelijk. Als ze me het potje met de drie biopten meegeeft (dat ik persoonlijk moet overhandigen aan Monica de mammacare verpleegkundige) vraagt ze of ik het vervelend vind dat ik vrijdag gebeld ben en dus een heel weekend heb moeten wachten op dit onderzoek.

Ik denk na. Ik ben na thuiskomst gaan borrelen en daarna uit eten gegaan. Zaterdag stond in het teken van Sinterklaas en surprises. Zondag heb ik gesport en ’s middags zijn we naar Deventer gegaan. Daar heb ik mijn nieuwe laarsjes gekocht.Niemand in mijn gezin, dat voornamelijk bestaat uit bèta’s, had zich druk gemaakt om dit onderzoek, want statistisch stond ik er goed voor. Niemand, behalve ik zelf. Met chocolade, lekker eten en wijn had ik het zoveel mogelijk verdrongen. ‘Ach,’ zeg ik ‘Misschien wel zo prettig als er een beetje tijd tussen zit.’

Ik loop op mijn nieuwe grijze laarsjes terug naar Monica van de mamma care. Rare naam eigenlijk. Niet Monica, maar mamma care. Ik vind het meer iets voor een kraamkliniek. Daar geef ik haar de biopten. Alsof ik een paar dooie insecten in een potje heb gedaan en die nu aan de kleuterjuf schenk. Kijk eens, zelf gemaakt.

Ik hoor dat de biopten meteen het laboratorium in Arnhem gaan en dat ik dezelfde middag telefonisch uitslag krijg. Ik vraag hoe groot de kans is dat het kwaadaardig is. ‘Vijftig tot negenennegentig procent,’is het antwoord. Dan weet ik eigenlijk al genoeg.

Ik hoef niet eens meteen te huilen. Het is net alsof ik mezelf van afstand zie als ik het ziekenhuis uitloop. De grijze ochtend in op mijn grijze laarsjes.

Vandaag is het ook grijs, maar het regent niet. Ik ben een jaar ouder, 65 gram borstweefsel armer, een paar littekens rijker. En tot mijn grote frustratie heb ik nog niet mijn oude energieniveau en ben ik sneller moe dan voorheen. De grijze laarsjes draag ik nog geregeld. Zoals vandaag.

img_8797 img_8796

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s