Oog om tand

Afgelopen week had ik een eet date met een van mijn oudste vriendinnen. Niet in letterlijke zin, hoewel ze een paar jaar ouder is dan ik, maar onze vriendschap gaat al dertig jaar mee.

We zaten in Groenland, een restaurant in Driebergen. Ongeveer de helft van de tafeltjes was bezet, niet slecht voor een doodgewone dinsdagavond.  Het gedempte licht flatteerde weliswaar onze rimpels, lijntjes en kraaienpootjes, maar maakte het wel verdomd lastig om de wijnkaart te lezen. ‘Doe jij dat maar,’ zei mijn vriendin, terwijl ze in haar tas rommelde, op zoek naar de leesbril die ze niet op wilde zetten. Iets wat ik heel goed begrijp. Twee jaar geleden heb ik bij de opticien een leesbril op maat met een kek montuur gekocht, maar ik gebruik hem zelden. Als het niet hoeft, niet doen is mijn devies. Ik had het ding niet eens mee, want in noodgevallen red ik me uitstekend met de flashlight functie van mijn smartphone.

Terwijl we toosten, constateerden we dat het echt lang geleden was dat we samen hadden afgesproken. En dat dat vooral te maken had met gezondheidsklachten van ons allebei. ‘We worden echt een dagje ouder,’ zeiden we tegen elkaar.

Ik herinnerde me hoe we vroeger nachtenlang doorhaalden en linea recta van de kroeg naar het hockeyveld gingen, omdat we anders niet op tijd zouden zijn voor de wedstrijd. De maanden dat we samen een Haagse etage deelden en video’s huurden met miniseries, zodat we hele avonden wijn drinkend en chips met dipsaus etend konden zwelgen in de romantische belevenissen van glamoureuze personages, die ontsproten waren aan het brein van Judith Krantz. Hoe zou het trouwens met Judith Krantz zijn? Leefde ze nog? Straks maar eens googelen.

De wijn smaakte goed en het eten was heerlijk. We praatten over van alles en nog wat. De seksstewardess van Transavia kwam voorbij (trouwens ook geen jonkie met haar 46 lentes). De kunst van het loslaten, iets dat wij moeders lastiger lijken te vinden dan vaders. Het onderwerp ouderdom en gebreken roerden we niet meer aan.

Traditiegetrouw namen we geen toetje maar thee. Wel wilden we graag ‘iets van chocolade’ erbij hadden. We kregen bonbons die waarschijnlijk wel biologisch, maar niet echt lekker waren. Ze smaakten oud. Daarom schakelden we over op Tony Choconoly caramel zeezout, die ze daar gelukkig altijd in voorraad hebben. Hoewel ik nauwelijks melkchocolade eet, maak ik hiervoor graag een uitzondering.  Genietend kauwde ik op zo’n heerlijk zoetzout stukje, toen ik iets voelde dat groter was dan een korreltje zeezout. Het bleek een deel van mijn voortand te zijn. Over loslaten gesproken. Mijn vriendin barstte in lachen uit, toen ik naar haar grijnsde. ‘Je lijkt op iemand, maar ik kan er niet opkomen op wie.’.

Op het damestoilet ontblootte ik mijn gebit en keek in de spiegel. Ik was net die leadzangeres van Pussycat, Tonnie nog wat. Zou ze nog leven?

 

Advertenties

2 gedachtes over “Oog om tand

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s