Moment opname

Vanmiddag lag ik op een kruising tussen een operatie tafel en een bed. De radiologe betastte met een echo apparaat mijn oksel. Op zoek naar de knobbel, die de radiotherapeut gisteren bij de controle constateerde.

En ja hoor, daar verscheen een zwarte ronde vlek op het beeldscherm. Een zelfde soort vlek als op 7 december vorig jaar, toen ik op grond van het bevolkingsonderzoek werd doorverwezen naar de mammapoli. Ik staarde naar het schilderij op de muur tegenover mij. Huizen, een watertje, een brug met een vrouw, een bootje met een man. Venetië?

img_8046

Ik dacht aan het schilderij dat ik net gemaakt had. Op basis van een foto die ik in Porto had genomen. De schilderscursus waar ik net aan begonnen was. De schrijfcursus. Mijn werk en het businessplan voor 2017. De loopjes die ik nog wilde doen. Alles wat ik net weer had opgepakt of juist was gestart. Omdat ik me sinds de zomer beter voel. Ja, ik heb nog last van de operatie en de bestralingen, maar er zijn dagen dat ik er niet aan denk. Ik was dan ook compleet in shock toen ik hoorde dat ze voor de zekerheid een echo wilden laten maken. Omdat ik de afspraak bij radiotherapie zag als een protocol dingetje: iets wat er nu eenmaal bijhoort. De radiotherapeut die zei dat het met 99 procent zekerheid niets ernstigs was, stelde mij niet gerust. Dat zei de huisarts ook toen hij me belde om me door te verwijzen naar de mammapoli.

Anderhalve dag hield ik mezelf voor dat de kans heel klein was dat het mis was. Ik was immers volledig schoon verklaard, borstkankertechnisch gezien. Snijranden schoon, schildwachtklier schoon. Appeltje, eitje, echo, niets aan de hand, wegwezen.

Het echoapparaat drukte ergens tussen mijn oksel en borst. Daar ergens bevond zich de zwarte vlek. De radiologe ging overleggen met de radioloog. De assistent bleef zitten. Een ijzingwekkende stilte. Ik bedacht dat deze plek heel goed over het hoofd gezien kon zijn bij een mammografie. Of een ander onderzoek. Dat komt voor. Vaker dan je wilt weten. Ik vroeg de assistent waarom de radiologe met de radioloog ging overleggen. ‘Omdat ze in opleiding is,’ was het antwoord. Daar lag ik, overgeleverd aan mijn panische gedachten. De deur ging open. De radiologe verscheen. Even hoopte ik dat ze alleen was in de veronderstelling dat dit goed nieuws zou zijn. In haar kielzog een ander. De echte radioloog. Of beter gezegd: radiologe. Zelfde kapsel. Ze zette het echo apparaat nogmaals op de plek met de vlek. Dit keer was de gel blauw in plaats van doorzichtig. Er verscheen confetti op het scherm. Om te kijken of er bloedvaten doorheen liepen.

Het verlossende woord. Niets om je zorgen over te maken. Er is een operatieholte ontstaan na het verwijderen van de schildwachtklier en die is gevuld met vocht. Met trillende handen van opluchting kleedde ik me aan.

Buiten scheen de zon. Ik deed mijn jasje uit en mijn ogen dicht.

 

 

Over loopjes

Sinds deze maand post ik af en toe een raceverslag op de site van Run-way Girls. Run-way Girls is een van de eerste hardloopblogs in het oosten van het land. Het -online- delen van trainingen en wedstrijden, maar vooral het plezier dat je daaraan kunt beleven staat voorop.  Run-way Girls wil zowel een inspiratiebron zijn, als een bindende factor. Een runners community dus. Niet alleen voor ‘girls’ of prestatiegerichte marathonlopers, maar voor iedereen!

Omdat ik ook in het oosten van het land woon, regelmatig deelneem aan een loop in de regio en ik Run-way Girls een gave blog vind, heb ik me aangemeld als racende verslaggeefster. Daarnaast zal ik regelmatig een gastblog schrijven, die ik eveneens op mijn eigen site plaats. De raceverslagen neem ik niet integraal op, maar wel als link.

Dus als je wilt meer wilt lezen:  Posbankloop raceverslag en Bridge to Bridge raceverslag.

 

 

Post Porto

Is vijf weken genoeg om redelijk soepel een halve marathon te lopen? Graag had ik deze vraag hier beantwoord. Ja, ik heb afgelopen zondag de halve in Porto gelopen. In een tijd net onder de 1 uur en 49 minuten. Op zich helemaal niets mis mee. Alleen was het verval in de laatste kilometers groot. Bij kilometer achttien begon ik serieuze vraagtekens te zetten bij de titel het duurloopmisverstand. Miste ik toch wat noodzakelijke trainingsbagage in de vorm van extra kilometers? Ik had maar één keer 17 kilometer gelopen en voor de rest nooit verder dan 14. Aan de andere kant: het was zo bloody hot. Geen zuchtje wind, geen streepte schaduw en geen wolkje aan de hemel, zodat de zon volop kon schijnen. Ruim 25 graden, heerlijk weer voor een weekendje Porto, alleen ruim 21 kilometer langs de oevers van de Douro rennen in die omstandigheden is behoorlijk pittig. Voor mij tenminste. Toch ben ik blij dat ik het gedaan heb, zo masochistisch ben ik dan ook wel weer. Want na het zuur kwam het zoet. Omdat wij een VIP inschrijving hadden (kostte bijna drie keer zoveel) mochten wij neerploffen op de banken in de VIP tent. Waar wij ons konden laven aan koffie, fris, water en zelfs bier. En schalen met zoete en hartige bladerdeeghappen. Nou ben ik niet van het bier of bladerdeeg, maar nu smaakte het me wonderwel goed.

En nu is het dus de week na de halve marathon. Geen schema meer. Geen houvast. Want hoeveel en hoe vaak mag je lopen na zo’n inspanning? De een zegt dat je twee weken actief moet herstellen, de ander rept zelfs van vier weken. Maar hoe dat actief herstel eruit ziet: ik kan er niets over vinden. Tenminste niet even snel op internet. Misschien als ik ‘Het Duurloopmisverstand’ van voor tot achter uitpluis, maar daarvoor is het niet spannend genoeg geschreven. Te technisch. Dus ik modder deze week een beetje aan, op het gebied van hardlopen. Ook wel eens lekker. Maar…. als je een goede tip hebt voor een herstelschema, laat het me weten!

De schema koningin

 

Zondag is het zover. De halve marathon van Porto. Vandaag is het woensdag en werk ik de laatste training van het ‘Portoschema’ af. Tien intervallen van 400 meter, met steeds 400 meter rust.

foto-maasbommel-ochtend-14-sept
Voor het lopen even genieten van een geweldige zonsopgang en koffie

Ik ben er speciaal vroeg voor opgestaan, want ook vandaag wordt het weer bloedheet en deze veertiende september zal ongetwijfeld als warmste ooit de geschiedenisboeken ingaan. Zoals gewoonlijk kost het altijd wat moeite om te beginnen. Veters goed strikken, horloge om, oortjes in en muziek aan. Heb ik de sleutel bij me? Zal ik toch nog even gaan plassen voor de zekerheid? Terwijl het zo simpel is. Hoe eerder je begint, hoe sneller je klaar bent. Pas als ik de eerste stappen gezet heb en rustig inloop, valt de stress van het  moeten van me af.

Tegen het einde, bij de negende interval, denk ik ineens vol weemoed aan mijn schema. Het schema dat bijna achter me ligt. Ik weet nog niet wat het me gaat brengen, maar wel wat het me gebracht heeft. Focus. Voldoening. Een doel. Ik heb een haat-liefde verhouding met schema’s en planningen. Meestal is de enige zekerheid dat ik er vanaf wijk. Van teveel structuur krijg ik het benauwd. Maar dit schema is anders. Van alle schema’s die ik had kunnen kiezen, koos ik deze. Uit het boek  ‘Het Duurloopmisverstand’ van Klaas Lok. Een boek dat ik in een grijs verleden heb gekocht, nooit heb gelezen en dat een schatkamer vol schema’s blijkt te zijn. Ik hoefde slechts te kiezen hoe vaak per week ik wilde trainen en voilà, zoals wijlen Cas Spijkers altijd zei wanneer hij een gerecht af had.

Na de vakantie had ik vijf weken om halve marathon proof te worden. Ik koos voor vier keer in de week trainen. Ik tikte de trainingen uit de laatste vijf weken netjes over in een Word document. Toen ik ze onder elkaar zette, zag het er heel overkomelijk uit.

Uit ervaring weet ik dat niet verder kijken dan de eerstkomende training voor mij het beste werkt. Dat deed ik elf jaar geleden ook, toen ik in drie maanden tijd mijn hardloopgrenzen verlegde van nooit verder dan 10 kilometer naar ready voor de New York City marathon.

En zo werk ik sinds half augustus braaf trainingen af, waar ik anders geen motivatie, tijd of energie voor kan opbrengen. Klaas heeft een duidelijke voorkeur voor een intervaltraining van 6 x 1000 meter, met steeds 800 meter rustig dribbelen tussendoor. Zonder in- en uitlopen is dat al tien kilometer. Terwijl ik normaal gesproken steeds mijn horloge check of de tien al bereikt is, want dan mag ik stoppen van mezelf.  Nu loop ik langer en vaker en heb er nog lol in ook. Blijkbaar schuilt er diep in mij een schema koningin die naar buiten treedt als het echt moet (van mezelf).

Ik vrees voor het zwarte gat waar ik maandag in tuimel. Doelloos zal ik door bossen, hei en uiterwaarden zwerven. Dag lief schema. Ik mis je nu al.

Een halfje hitte

Hoera, we hebben het weer. Shiny happy people all over the place. Zou je denken. Eindelijk, op de valreep, zomer. Maar nee hoor, volop zon, is het weer niet goed. Want te warm. Nog voordat twee dagen achtereen de dertig graden in de Bilt werd aangetikt, trad het hitteplan al in werking. Halverwege de week namen ze in Amsterdam al maatregelen voor het weekend. Extra waterpunten moesten er komen. Lieve mensen, kom op: dit is Nederland. Door water en hagelschade wijs geworden zouden wij toch moeten weten dat niets zo veranderlijk is als het weer. Zelfs de aller knapste meteorologen en meest complexe simulaties zitten er vaak naast. Zo ook met de meest recente hittegolf. Die niet eens een echte hittegolf blijkt te zijn, want alleen in Limburg is voldaan aan alle hittegolfeisen en dat telt niet. Een storm in een glas water dus, deze halve hittegolf. Vandaar deze halve column.

Running blues

Nee, helaas, deze blog schrijf ik niet omdat ik denk anderen te inspireren met mijn gezonde levensstijl of aan het hardlopen te krijgen. Ik zou willen dat ik dat kon. Dat ik het enthousiasme en de energie had van de twenty something blogsters, zoals op eat.run.love and live healthy oftewel annemerel.com. Ik heb ze ontdekt toen ik googelde op leuke hardloopblogs en dan liefst van vrouwen. Omdat ik dat zelf ben en omdat ik al best een aantal jaren hardloop. En omdat ik een blog moet schrijven in de stijl van een blog die je leuk vindt. Wat best lastig is als je geen notoire blogvolger bent. Zo kwam ik terecht bij de net gememoreerde Annemerel (die net een boek over hardlopen geschreven heeft) en bij runandrearun en nog een paar anderen. Strakke, professioneel vormgegeven blogs gelardeerd met foto’s van frisse, slanke meisjes met blonde paardenstaarten. Het gaat al lang niet meer over hardlopen als bewegingsactiviteit: het is een life style, compleet met bootcamp, yoga en natuurlijk healthy smoothies, granola en quinoa salades. Hoe graag ik ook een blog in die trant zou willen schrijven, het lukt me niet, want dan zou ik keihard moeten liegen over mijn leef- en eetgewoontes.

Geen dag zonder Tony 

Wel loop ik hard, al dertien jaar. Ik heb zelfs drie marathons gelopen (New York in 2005, Rotterdam in 2008 en Berlijn in 2012). Zonder mijn eetpatroon drastisch om te gooien of aan te passen. Zonder een feestje te missen of een glaasje wijn te laten staan. Wel door het volgen van een trainingsschema, want je moet natuurlijk wel een aantal extra kilometers in de benen hebben. Ik eet zeker niet mega ongezond, maar de ultra über powerfoods, daar heb ik me nog niet structureel aan gewaagd, alhoewel er in mijn voorraadkast wel een zakje gojibessen staat te verstoffen. Maar de laatste maanden is er wel een beetje de klad gekomen in mijn levensstijl van de afgelopen jaren. Zo ontbijt ik met brood. En meestal eet ik ook brood als lunch. Ik eet pasta of rijst bij de warme maaltijd. En regelmatig friet. Met mayonaise. Ik drink graag wijn. Ik drink ook graag koffie. Bij voorkeur espresso of cappuccino. Maar dan moet het wel met koemelk zijn, want met soja-of amandelmelk: gadverdamme. Gelukkig hou ik van gezonde kruidenthee of groene thee. Behalve muntthee (kruid en groen), dat vind ik vreselijk: zo’n struik in je glas, geen gezicht en het smaakt zo naar hoestpastilles.Ook neem ik elke dag een stuk chocolade. Geen idee hoeveel gram, ik leg steeds een Tony Choconoly in de koelkast en daar breek ik dan kleine stukjes af. Meerdere malen per dag. Zeventig procent puur, dat dan weer wel.

Hoe ik begon 

Wat het hardlopen betreft: ik doe het drie keer per week. Daar ben ik ooit mee begonnen op vakantie. Ik had namelijk de gewoonte om elke ochtend op vakantie een kilometer te zwemmen voor het ontbijt (dit was vooral praktisch, want dan sliep de rest van het gezin nog en kon ik daarna meteen weer aan de slag als moeder). Tot die snikhete zomer in 2003. We zaten in een huisje op een Spaanse camping zaten (denk krappe 6 persoons stacaravan waar met moeite twee volwassenen plus drie kinderen van respectievelijk zes, vijf en twee jaar oud in pasten. O ja, en ongeveer een miljoen mieren). Daar was weliswaar een groot zwembad, maar dat ging pas om tien uur open en dan was het ook meteen overbevolkt. Geen optie dus. Gelukkig had ik hardloopschoenen bij me, die ik altijd als wandelschoenen gebruikte. Ik had ze immers aangeschaft toen ik de Vierdaagse in 1989 ging lopen. De camping was zo uitgestrekt dat ik  gemakkelijk dertig minuten kon joggen zonder steeds hetzelfde rondje te moeten lopen. Zo rende ik via ongeveer alle weggetjes en paadje zigzaggend over het terrein naar de supermarkt om me aan te sluiten bij de rij voor het brood. Bezweet weliswaar, maar vergeleken met de uitpuilende blote bierbuiken en vetrollen boven te krappe bikini broekjes, zag ik er esthetisch nog zeer verantwoord uit. Eenmaal terug in Nederland ben ik blijven hardlopen. Tot ik begin dit jaar een operatie moest ondergaan omdat ik borstkanker bleek te hebben (niets van gemerkt). Twee maanden mocht ik niet sporten. Ik heb het daarna weer opgepakt, maar ben nog niet waar ik vorig jaar was qua hardlopen. Maar daar ga ik wat aan doen. Na de vakantie. In september of zo.

Hoe ga ik verder? 

En wie weet, word ik dan een echte hardloop fitgirl blogger. Nou ja, girly ben ik niet echt meer op mijn vijftigste. Ik zal heus geen foto’s posten van mezelf met ontblote buik. Dat had ik trouwens ook niet gedurfd op mijn vijfentwintigste. Maar ik kan best een beetje healthy foodbloggen. Daarom als afsluiter twee recepten die ik de dag voor de vakantie heb ontwikkeld. Een super soep en een smakelijke smoothie. Bovendien hoef je dan minder weg te gooien voor je vertrekt. Zo sla je twee (fruit)vliegen in een klap.

Super Soep: Haal alle groenten die je hebt uit je koelkast en snijd ze in grove stukken. Pak, afhankelijk van de hoeveelheid, een bijpassende pan en vul deze met de groenten en een paar liter water. Gooi er een paar bouillonblokjes bij en breng aan de kook. Als de groenten zacht zijn, pureer het en kruid het naar smaak met peper, zout, kurkuma, paprikapoeder, maakt niet uit. Slurp smakelijk. Als het teveel is, vries het in, dan heb je vast wat gezonds als je thuiskomt.

Smakelijke smoothie: Pak al het fruit dat je in huis hebt en snij het in stukken. Gooi het samen met een glas water en eventueel ijsklontjes in de blender en maak er een fijne smoothie van. Giet het eventueel in een beker of fles, zet in de koelkast, neem mee en drink onderweg naar je vakantiebestemming. Healthy holiday.

Rio in retroperspectief

Mosterd na de maaltijd, maar toch, omdat het zo’n speciale maaltijd was een korte terugblik op Rio.

Natuurlijk was het een geweldige belevenis om erbij te zijn. Om in Rio te zijn. Een bijzondere stad, zoals zij (of is het hij?) daar aan de Atlantische Oceaan gedrapeerd ligt. De bergen die lukraak op lijken te rijzen tussen de favela’s, alsof zij er later waren dan de krotten. Het zou een paradijs kunnen zijn, als er niet zoveel armoede en krotten waren.

‘Live’ bloggen vanuit de Olympische stad lukte helaas niet. Allereerst vanwege de slechte WiFi op de cruiseboot,waar wij verbleven. Deze boot was speciaal voor de Olympische Spelen aan Pier Maua afgemeerd, als een soort pop up hotel. Ten tweede omdat ik op de plekken waar wel WiFi was, te afgepeigerd was om iets te schrijven. De reistijden waren namelijk zo gigantisch lang vanuit onze accommodatie, dat het bezoeken van meer dan een wedstrijd per dag onhaalbaar bleek te zijn. Nou ja, tenzij je niet wilde eten of rusten, dan had het gekund. Maar met drie kinderen van 19, 18 en 15 is dat geen optie.

Omdat er inmiddels al zoveel gezegd en geschreven is over de Olympische Spelen, sluit ik af met wat ik goed en minder goed vond. Oftewel: in trainingstermen tops en tips ;-).

Top:   gastvrijheid en vriendelijkheid van de Carioca’s (ik heb me niet onveilig                      gevoeld).

Tip:    ongeveer de helft van de vrijwilligers sprak niet of nauwelijks Engels.

Top:   er waren veel vrijwilligers.

Tip:   combineer niet dat drukke groen, geel, oranje shirt met een kaki broek. Zo                  jammer.

Top:  er waren veel vrijwilligers in en rondom de Olympische locaties

Tip:  op veel (bus)stations was geen enkele vrijwilliger te bekennen op                                 het moment dat je ze nodig had

Top:  er waren meer dan genoeg toiletten in de verschillende stadions

Tip:  er waren veel te weinig eettentjes op de Olympische locaties, die vies fast                 food serveerden, als het tenminste niet uitverkocht was. En dat je vooraf                   moest betalen voor eten dat je uiteindelijk niet kreeg, is ook niet echt heel                 servicegericht.

Top:  ik vond het logo van Rio 2016 echt heel goed passen bij Rio met al die felle               kleuren

Tip:  geef niet de drie metrolijnen op de kaart met openbaar vervoer verbindingen            drie tinten paars, de spoorlijnen drie tinten groen en de snelbus drie tinten              blauw. Dat maakt het niet overzichtelijker.

Top:  de hartstocht waarmee de Brazilianen toeschouwer zijn.

Tip:   niet fluiten als de tegenstander aan service is of boe roepen bij een punt.

Om deze laatste tip te illustreren post ik hierbij een filmopname die ik heb gemaakt bij een van de tenniswedstrijden. De Argentijn Del Potro tegen de Portugees João Sousa. De Brazilianen zijn voor de Portugees, omdat ze sowieso tegen Argentinië zijn. En Del Potro krijgt steun van zijn landgenoten. Is dit tennis? Of is dit een voetbalwedstrijd?