Rio, de day before…

Zo kom je er nooit  en zo ben je ineens bijna een soort habitué in Copacabana. Nog geen week geleden was ik voor het eerst van mijn leven aan het Copacabanastrand. Omdat het te ver schijnt te zijn om van Buzios binnen een dag naar Paraty te reizen (dat kost inderdaad bijna acht uur) stond afgelopen vrijdag een nachtje Rio op het programma. In een hotel dat twee blokken verwijderd was van een van de beroemdste stranden ter wereld. Het was een superstop. Een late lunch in een strandtentje (is relatief goedkoop), een beetje slenteren over de boulevard en het strand en de volgende ochtend hardlopen langs datzelfde strand. Samen met half Rio zo ongeveer, want het krioelde van de lopers. Er waren meer mensen in de ochtend aan het lopen dan er de middag daarvoor op de boulevard liepen. Ja, bij de Olympische ringen stond een handjevol mensen in de rij voor een selfie. Maar in de enorme pop up winkel verderop kon je zo naar binnen om te kijken wat er zoal aan Olympische parafernalia te koop was. Veel, heel veel, zelfs wijn en condooms. Waarschijnlijk ook Olympische cockringen, al heb ik die niet gezien.

Vandaag, zes dagen later, zit ik weer aan het Copacabanastrand. Niet helemaal volgens planning, maar er zijn ergere dingen. Het cruiseschip dat de komende week als ons onderkomen (en van vele anderen) zal fungeren is te laat en daarom kunnen we morgen pas inchecken. Dus kregen we een hotelovernachting aangeboden, ditmaal in een hotel aan de boulevard. Vlakbij het beach volleybal stadion, dat alweer meer afgewerkt oogt dan een week geleden, al zijn ze nog steeds aan het timmeren.

Qua drukte is het een wereld van verschil met vorige week. Er staat een dikke rij voor de Olympische winkel. Je ziet overal vrijwilligers. Die zijn herkenbaar aan hun geel, oranje, groen gevlamde shirts en beige broeken. Een afgrijselijke combinatie, een gele broek was beter en meer Rio geweest. Veel politie, die continue patrouilleert. Marineschepen voor de kust. Zwaarbewapende militairen op een aantal kruispunten. En toch voelt het niet eens beklemmend. Misschien omdat overal muziek wordt gemaakt? Omdat er gevoetbald wordt op het het strand? Omdat toeristen aan het bier op een terrasje zitten? Of omdat je er (helaas) aan went?

Morgenochtend voor de tweede keer deze week hardlopen langs het Copacabanastrand. Ik ben benieuwd met hoeveel anderen 😉

Advertenties

Road to Rio

Sinds dinsdag ben ik in Brazilie. Anderhalve week reizen rondom Rio en daarna naar de Olympische Spelen. Als toeschouwer uiteraard ;-).
De heenreis was een belevenis op zich. We zaten in hetzelfde vliegtuig als de turners, de beachvolleyballers, de baanwielrenners en de zeilers. We waren onderweg naar Schiphol al getipt want een vriend van een van mijn zoons, die een uur eerder naar zijn vakantiebestemming vloog, had Epke gesignaleerd op Schiphol.
Het inchecken van de koffers ging razendsnel. Er waren meer balies beschikbaar dan passagiers op het moment dat wij aankwamen. Omdat het een Olympische vlucht was mochten we als sky priority passagiers door de beveiliging en douane. Nou, daar verheugde ik me natuurlijk enorm op. Zou je dan met fluwelen handschoenen gefouilleerd worden?
Op zich ging het heel snel, voor de rest van het gezin. Helaas kwam mijn rugzak in de rij suspicous bags, die best lang was en op het moment dat die van mij bijna aan de beurt was, kwam er een personeelswissel.
Uiteindelijk bleek het halfvolle flaconnetje DEET de boosdoener.
Bij de gate zagen we ze dan. De sporters. Met hun coaches, fysiotherapeuten en overige begeleiders. Een zee van oranje, donkerblauw en grijs. Een grondstewardess kwam hen hoogstpersoonlijk halen om te boarden.
Ook een deel van de Oekrainse ploeg bleek mee te vliegen naar Rio, gehuld in een uitbundige combinatie van felblauw met geel. Vooral een wat oudere dame, met geblondeerd haar viel mij op, met name omdat ze felgele kousen onder een blauwe korte broek droeg en haar voeten in gele teenslippers had gewurmd.

Tijdens de vliegreis zat ik op rij dertig, bij de nooduitgang met uitzicht op de toiletten. Frontrow zo bleek. Omdat hier wat meer ruimte was, kwamen de turners om de beurt rekken en strekken. Kleine, frele meisjes bogen hun rug zo diep dat ik bang werd dat ze door midden zouden breken. Ze zagen eruit als veertien. De mannen waren ook niet zo groot maar oogden verre van breekbaar. Yuri met zijn enorme gespierde torso, Jeffrey en Epke. De laatste had steeds een petje op en straalde uit dat hij liever niet herkend wilde worden. Wat ik me wel kon voorstellen, maar ja, wie kijkt er nu niet naar de man die Nederland aan turngoud hielp vier jaar geleden. Hoe ik ook mijn best deed om er niet op te letten, het viel me toch op dat Epke een duidelijke voorkeur had voor een bepaald toilet. Terwijl er toch drie waren in dat blok. Maar ik kan me zo voorstellen dat je als topsporter je rituelen hebt. Misschien bestaat er wel zoiets als een gelukstoilet. Voor de zekerheid heb ik het bewuste toilet ook maar bezocht.

Toch fijn dat er in een vliegtuig genderneutrale toiletten zijn.