Voedselbank

Vandaag meld ik me voor het eerst van mijn leven bij de Voedselbank. Als vrijwilliger, gelukkig. Ik ben iets te laat, de anderen zijn al begonnen. Een beetje onwennig voeg ik me bij mijn maatje. Het systeem is simpel: je staat tegenover elkaar aan de rollerband. Je pakt allebei een krat en vult beide kratten tegelijk met de artikelen die aan jouw kant staan opgesteld. Aan mijn kant zijn dat broden, aardappelen, appels, een pak biologische tarwebloem, een fles zonnebloemolie met olijfolie, een doos chocolade noten, een pak wafels en twee zakjes ongebrande noten.

Aan de muur een foto van Maxima op werkbezoek. Maxima bij de minima. Zou ze ook kratjes hebben gevuld? Op platte, onflatteuze schoenen? Waarschijnlijk was het meer een bezoek in het kader van haar werk. Ik ben hier in zekere zin ook werkbezoek, met de nadruk op werk.

Na een minuutje of tien heb ik het ritme te pakken. In het begin doe ik nog mijn best om alles er zo netjes mogelijk in te doen, maar dat blijkt al snel onbegonnen werk. Tempo en cadans, daar draait het om. Al snel krijg ik een voorkeur voor de hele broden, want die zijn gemakkelijker erin te leggen dan halve. Daarna volgt een soort mini krachttraining. Want ik til eerst twee keer twee kilo aardappelen op, vervolgens twee keer een kilo appels, twee keer een kilo bloem en twee keer een liter (is kilo) olie. De andere producten wegen nauwelijks iets: dat is vooral goed voor de fijne motoriek, met name de kleine zakjes rauwe noten.

Rond half elf is er koffiepauze. Thermoskannen koffie, thee, kartonnen bekertjes. Het is dat niemand zijn lunchtrommeltje tevoorschijn haalt, anders waande ik me weer achttien, tijdens mijn eerste vakantiebaantje. In plaats daarvan mag je een klein stukje taart pakken, vast ook een donatie van een supermarkt of bakkerij.

Na de pauze werken we nog sneller, zo af en toe heeft het meer weg van gooien dan inpakken. De stapels kratten, die eindeloos leken in het begin, slinken zienderogen. Om half twaalf is het gedaan. Ruim duizend voedselbankpakketten klaar.

Normaal gesproken ga ik op vrijdagochtend naar de sportschool. Maar dit voelt ook als een behoorlijke workout. Alleen deed ik dit niet voor mezelf. En dat geeft best een goed gevoel.

D-day donderdag

Vandaag is het weer in de ochtend mooier dan ik verwachtte. Omdat ik toch niet meer kan slapen, ga ik uit bed en doe mijn hardloopkleding aan. Ik drink water en een kop koffie, terwijl ik door de Volkskrant blader en weersta de verleiding om uitgebreid de krant te lezen. Want ik ken mezelf: als ik begin met uitstellen loop ik vanmiddag nog ongedoucht in sportkleding rond. Bovendien weet ik dat hardlopen in de ochtend mij altijd meer voldoening geeft dan later op de dag. Ook al ga ik maar een half uurtje. En dat is wat ik wil, stukje rennen, even een koffie moment in het dorp en thuis aan de slag om alles wat ik nog wil doen voor drie uur vanmiddag af te hebben. Vanaf dat tijdstip zullen wij gespannen wachten op het rinkelen van een telefoon. Ik weet niet eens welke: zijn mobiel of onze vaste lijn. Dan weten we of de vlag uit kan of niet. Is zoonlief geslaagd, heeft hij een her of is hij onherroepelijk gezakt. Het zal erom spannen. Maar zoals de ontknoping van de eredivisie toch tegen de verwachting in eindigde in het kampioenschap voor PSV, heb ik de hoop dat het ook in dit geval goed zal komen (sorry Ajax fans).

IMG_4466

Aan het begin van mijn dag zal het niet liggen. Ik loop door het bos en zie zonnestralen door de bomen, zoals ik die vroeger tekende. Strepen. Ik stop om een foto te maken. Via de uiterwaarden loop ik omhoog het dorp in. Bij een van de kleinste, maar ongetwijfeld leukste koffietenten van Nederland plof ik buiten op het bankje en bestel een machiato. De zon schijnt nu volop en ik heb spijt dat ik mijn capri draag in plaats van mijn korte broek. Zeker in de zomer heb je eerder teveel aan dan te weinig als je hardloopt, ik weet het, maar ik ben nu eenmaal een koukleum.

Het is een klein, maar internationaal gezelschap bij het koffiehuis. Inclusief mijzelf zitten er vijf vrouwen. Twee praten er Spaans, eentje Engels. De grootste wereldtalen op een klein terrasje. Zou hij wel, zou hij niet geslaagd zijn. Ik weet het niet en ik heb er ook geen enkele invloed op. Afwachten maar. In mijn tijd werd je alleen gebeld als je gezakt was en wel voor tien uur in de ochtend. Toen kon je nog met een gerust hart je eindexamen in, als je er goed voor stond. Inmiddels is het een stuk ingewikkelder: je mag maar een vijf hebben voor de kernvakken en je moet gemiddeld een 5,5 hebben voor het Centraal Schriftelijk Eindexamen. Eerder behaalde resultaten, hoe uitmuntend ook, geven geen garantie voor de uitkomst. Heel fijn voor de kandidaten die echt beta zijn en zo dyslectisch als een deur. Stel dat je voor de kernvakken Engels en Nederlands op het Centraal Schriftelijk een 5,4 haalt en voor al je andere (beta) vakken gemiddeld een 9, dan ben je toch gezakt. Hoe motiverend is dat? Natuurlijk zullen dergelijke grote verschillen zelden voorkomen, maar sinds de invoering van het examen Nederlands nieuwe stijl zit een onvoldoende in een klein hoekje. Voor wie het wil weten, bekijk eens een paar eindexamenopgaven. Daar is geen touw aan vast te knopen, ook leraren Nederlands halen met moeite een 7. Wat Engels betreft: ik ben ervan overtuigd dat een goede beta de formules en uitleg ook wel snapt in een andere taal. Maar ja, blijkbaar is de behoefte aan beta’s in de ogen van het ministerie van Onderwijs minder groot dan geroepen wordt, alle campagnes ten spijt.

Dit alles overdenkend, eet ik het bakje mokkaboontjes leeg, voordat de zon er een bruine smurrie van maakt. Ik reken af en ren naar huis. Nog een paar uur en dan zullen we het weten.

Het is kwart over drie. De telefoon gaat over, de vaste lijn. Mijn zoon neemt op. Gespannen luister ik mee. Een marketing bureau. Natuurlijk. Dat zijn de enigen die nog op de vaste lijn bellen, een oudere familielid daargelaten. En ze bellen nooit gelegen, maar nu zeker niet.

Half vier geweest. Nog geen uitslag. Ondertussen stroomt de whatsapp vol met berichtjes van opgeluchte moeders met geslaagde kinderen. Hopelijk kan ik straks ook een positieve app erin knallen. Maar ja, ook als hij gezakt is, zal ik het toch moeten melden.

Iets voor vieren. De telefoon gaat. Mijn zoon heeft zich in zijn kamer verschanst. Zijn broer is er eerder dan ik. ‘Hij is geslaagd,’ roept hij. Ondanks een 4,5 voor Nederlands. Het ken net 😉

 

Adele

Het is waarschijnlijk moeilijk te geloven, maar ik hou niet zo van Adele. Ze lijkt me een leuke vrouw, want ja, hoe kun je nu antipathie koesteren voor iemand die, ondanks haar vele miljarden, toch zo gewoon is gebleven. Lekker kletsen tussen de nummers door, kopje thee erbij, de tijd dat popsterren van de drank, drugs en rock ‘n roll waren ligt ver achter ons. Nou ja, ver, de toppers van toen die zo ongeveer van mijn leeftijd zijn, hebben inmiddels het tijdelijke leven voor het eeuwige verwisseld, voornamelijk vanwege overmatig drank en drugsgebruik.
Nee, met Adele als persoon is volgens mij niets mis. Bovendien beschikt ze over een goede stem met een uniek timbre. Alleen het is zo Adele, zo hetzelfde: na drie nummers achter elkaar ben ik er wel weer even klaar mee. Eigenlijk na twee. Of beter na een: dan heb ik wel weer genoeg gehoord voor een dag.
Het punt is alleen, dat je dat niet hardop schijnt te mogen zeggen. Ik heb het onlangs gedaan, in een klein gezelschap vriendinnen. Vrouwen die ik al jaren ken en, niet onbelangrijk, zij mij ook. Het onderwerp Adele en hoe snel de kaarten waren uitverkocht voor haar concerten in Amsterdam kwam ter sprake. Schoorvoetend bekende ik dat ik zelf niet snel in de rij zou gaan staan voor een optreden van haar, omdat ik haar muziek een beetje eentonig vind. Hierna viel een pijnlijke stilte. Alsof ik zojuist verteld had dat ik Scientology aanhanger was geworden. Of een enorme crush had opgevat voor Geert Wilders. Na een minuut mompelde een vriendin heel voorzichtig dat zij het ook moeilijk vond om een hele CD Adele nummers achter elkaar te beluisteren. We wisselden een blik van verstandhouding. En schakelden over op een ander onderwerp: het gedrag van verkouden mannen. Ook eentonig en voorspelbaar, maar als gespreksonderwerp veel amusanter.